Uit een onderzoek van gemeente Utrecht bleek dat in 2024 maar 37% van de mensen in Utrecht wekelijks contact heeft met de buren. De manier waarop je wijken en buurten ruimtelijk inricht, bepaalt hoe wij ontmoeten en hoe prettig we in de buurt leven. Daarom focust de gemeente Utrecht al bij de start van de ontwikkeling van nieuwe buurten op sociaal betrokken en prettige buurten.

Beeld: © Ministerie van VWS

Eenzaamheid, en het voorkomen ervan, is een sociaal vraagstuk waarin we allemaal een rol spelen. Nadenken over hoe een buurt of wijk eruit moet komen te zien, is een belangrijk onderdeel hiervan en vraagt specifieke aandacht voor gemeenten. Is het park in de buurt fijn om er even te zitten? Kun je makkelijk bij winkels komen? Voel je je veilig als je ’s avonds de hond uitlaat? Allemaal vragen waar je rekening mee kunt houden bij het inrichten van een wijk en die ervoor kunnen zorgen dat mensen elkaar makkelijk ontmoeten.

Aandacht voor sociaal contact in de voorbereiding

En dat bleek nodig te zijn in vooral nieuwbouwwijken in Utrecht. Martin Chaigneau, senior adviseur gezondheid bij gemeente Utrecht, vertelt tijdens de Landelijke opening van de Week tegen Eenzaamheid op 23 september 2026 in Gooiland Hilversum dat de uitdaging het grootst is in de beginperiode van een nieuwbouwwijk. Hier zitten kansen met een kleine investering: “Vaak zijn er in die periode nog niet veel voorzieningen, moeten de bomen nog groeien en kan de buurt nog voelen als een bouwput en daardoor geïsoleerd zijn van de rest van de stad. Hoe meer je al in de voorbereiding hiervoor aandacht hebt, hoe beter mensen elkaar leren kennen en hoe vanzelfsprekender je de buurt maakt voor sociaal contact.”

Daarbij kun je denken aan brede stoepen waar mensen de ruimte hebben om een bankje te plaatsen en een gesprekje te voeren met de buren, een ruime entreehal in een appartementencomplex en parken waar het prettig verblijven is. Volgens Jan Willem van de Maat, onderzoeker bij Movisie, draaien dit soort keuzes vooral om hoe mensen hun omgeving ervaren: “Als mensen het gevoel hebben dat ze er mogen zijn, is er minder ruimte voor eenzaamheid. Onderzoek laat zien dat minder mensen zich eenzaam voelen in buurten waar voorzieningen op loopafstand bereikbaar zijn en waar lopen ook veilig kan door bijvoorbeeld goede voetpaden. Dat betekent niet dat mensen voortdurend met elkaar contact moeten opzoeken. Een fijne buurt biedt ook ruimte voor mensen die zich eenzaam voelen om even tot rust te komen en te reflecteren óf om zich even te laten afleiden.”

Het perfecte moment voor gedragsverandering

Chaigneau adviseert om vanuit het bewonersperspectief te denken en hierop in te spelen. “Verhuizen is levensveranderend”, zegt hij. “Je kent de mensen om je heen nog niet, je weet de weg naar de dichtstbijzijnde supermarkt nog niet en je hebt nog geen sportschool in de buurt. Daarbovenop heb je misschien ook wel een nieuwe baan of een andere samenstelling van huisgenoten. Dat is dus het perfecte moment voor gedragsverandering.” Gemeenten kunnen volgens hem contact tussen buren faciliteren door bijvoorbeeld een koffiekar te regelen. 

Hij geeft het voorbeeld van de wijk Cartesius waar een moestuin de nieuwe bewoners bij elkaar bracht. “Vooral hier was het uitgangspunt minder ruimte voor parkeren en dus meer ruimte voor sociale voorzieningen. Terwijl de wijk nog in aanbouw was, zorgden de eerste bewoners ervoor dat er een moestuin kwam in het gebied waar in de toekomst nog iets gebouwd zou worden. Die moestuin zorgde er niet alleen voor dat de bewoners elkaar leerden kennen, maar was ook het begin van andere activiteiten die zij samen organiseerden zoals een knutselmiddag, een buurtfeest en een opruimactie om zwerfafval te verzamelen. Dit is een goed voorbeeld dat laat zien dat als mensen verbonden zijn, ze ook meer voor hun eigen buurt gaan zorgen.”

De ervaringen in Cartesius en andere nieuwbouwwijken in Utrecht laten zien hoe de inrichting van een buurt ontmoeting en betrokkenheid kan stimuleren. Zo zijn in Cartesius meer dan zestig bewoners actief in de gezamenlijke moestuin en worden de geplaatste picknickbanken nog steeds veel gebruikt. Positieve effecten dus, al zijn er nog geen harde data.

Kleine investering voor meer sociale cohesie

Als gemeente en maatschappelijke organisaties is het volgens Chaigneau belangrijk om aandacht te hebben voor aanknopingspunten waarin je bewoners kunt steunen in hun vragen en wensen. “De ene wijk is de andere niet”, zegt hij. “Door bijvoorbeeld vanaf het begin samen te werken in nieuwe nieuwbouwwijken weet je of een bootcampgroep van de grond zou kunnen komen of een skatepark plaats biedt aan skaters van alle leeftijden. Wees dus vanaf het begin aanwezig. En zorg dat je tijd en ruimte hebt om in te spelen op wat er al leeft.”

Voor Chaigneau en Van de Maat is het hoopgevend dat er al goede voorbeelden zijn van wijken waar de focus op de sociale kant van bouwen bijdraagt aan meer ontmoeting, betrokkenheid en woonplezier. Maar Chaigneau ziet ook een gevaar: “Je ziet dat er veel druk zit op het bouwen van woningen door de woningnood. Daarom moeten we oppassen dat we niet alleen maar bezig zijn met bouwen. Soms wordt er bijvoorbeeld achteraf besloten om nog meer woningen in een nieuwbouwwijk te bouwen. Maar dan is er niet nagedacht over de ruimte die er niet is voor sociale voorzieningen of andere behoeften van de mensen die er zijn komen wonen. Niet alleen vanaf het begin is het dus belangrijk om met een sociale bril te kijken naar bouwen, maar ook als de mensen er al een paar jaar wonen.”